
Het jaar 2010 loopt op z’n einde, waardoor de tijd is gekomen om terug te blikken op de afgelopen twaalf maanden. Voor NEC was het sportief gezien een mager jaar. Toch zal 2010 altijd gezien worden als het jaar van ‘de doorbraak’. De doorbraak van één van de grootste keeperstalenten van Nederland, zoals Ronald Waterreus hem noemde: Jasper Cillessen. In de tweede helft van het afgelopen jaar kwam het jongensboek van de 21-jarige Groesbekenaar in een absolute stroomversnelling. À la Snelle Jelle laten we u graag kennismaken met dit Nijmeegse jongensboek, getiteld Jasper Cillessen en de duikvlucht. De titel en het verhaal zijn van Jasper Cillessen zelf, opgetekend door NECToday.nl. (Foto boven: NEC-Nijmegen.nl)
In zestien hoofdstukken (inclusief hoofdstuk 16: lezersvragen) nemen we u mee door het leven van de kersverse publiekslieveling. Vandaag deel 2 met onder andere: de eerste tegenslagen en de kennismaking met de Grote Gábor. Veel leesplezier!
Lees deel 1 hier.
Lees deel 3 hier.
Lees deel 4 hier.
Hoofdstuk 5
Gameboy
“Mijn eerste tegenslag kwam al vrij snel. Nog tijdens mijn eerste seizoen in de jeugdopleiding van NEC brak ik mijn spaakbeen en ellepijp van mijn rechterarm. Ik was met wat vrienden aan het voetballen bij De Treffers en bij een scrimmage viel er iemand op mij. Toen ik naar mijn arm keek, zag ik meteen dat er iets goed mis was. Vervolgens moest ik zes weken in het gips en daarna moest ik nog vier weken wachten voordat ik weer kon keepen. Toen mijn revalidatie eindelijk achter de rug was, brak ik ‘m op de eerste training meteen weer. Hij bleek niet goed gezet te zijn.
Twee keer tien weken niet kunnen voetballen: ik wist niet wat me overkwam. Ik kon mijn ei niet kwijt, wilde sporten, maar dat kon niet. Vrijwel mijn hele arm zat in het gips, dus ik kon vrij weinig. Toen hebben mijn ouders een Gameboy Advance gekocht, om mij bezig te houden. Mijn moeder wist ook: Als hij zich gaat vervelen, wordt hij echt vervelend. De spellen die er op die Gameboy zaten, laten zich raden: voetbal en Super Mario.”
Hoofdstuk 6
Terug bij NEC
“Na mijn blessure kreeg ik van NEC de kans terug te komen. Niet dat ik bang was dat dat niet zo zijn, hoor. Ik was destijds maar met één ding bezig en dat was voetballen. Met de dingen daar omheen hield ik me niet zo bezig. Het was wel een voordeel dat ik op dat moment de jongste was van de drie keepers. Dus ik dacht al wel dat ik me het jaar daarop nog een keer mocht bewijzen.
En zo ben ik altijd bij NEC gebleven. Om me heen kregen steeds jongens het slechte nieuws te horen dat ze weg moesten. Velen dachten dan dat het niet aan henzelf lag, maar aan iemand anders. Die dachten ook dat ze voetbalden voor iemand anders. Ik vind juist dat het helemaal vanuit jezelf moet komen. Veelal lieten de jongens die afvielen dan de kop hangen. Zonde.
Ik heb eigenlijk niet met veel jongens samengespeeld die het tot profvoetballer hebben geschopt. Ik heb samengespeeld met Nacer Barazite, die in de B1 naar Arsenal ging. In de C1 kwam Bram Nuytinck erbij. Daarnaast zat Niklas Skvever, die vorig seizoen nog derde keeper was bij NEC, in dezelfde lichting als ik. Toch opvallend dat er zo weinig zijn doorgebroken. In de C1, B1 en A1 ben ik per slot van rekening met mijn team kampioen geworden.”
Jasper Cillessen poseert naast 'De Grote Gábor' op de selectiefoto van dit seizoen.
Hoofdstuk 7
De Grote Gábor
“Toen ik zeventien was, was het zo ver: Ik mocht voor de eerste keer meetrainen met het eerste van NEC, destijds getraind door Mario Been. Ik kan me de eerste keeperstraining met Gábor Babos nog goed herinneren. Als mannetje van zeventien stond ik ineens tegenover de
Grote Gábor. Bij de eerste hoge bal sprong hij voor me, wierp die machtige armen ten hemel en plukte de bal uit de lucht. Ik schrok me werkelijk waar hélemaal kapot. Zo imponerend.
In het begin voelde ik me nog wel eens ongemakkelijk in de buurt bij Gábor. Hij heeft nu eenmaal een bepaalde uitstraling, waar hij niets aan kan doen. En dan komt dat - soms grappige - Hongaarse accent er ook nog eens bij. Al met al is hij een imposant figuur. En als ik dan als jonkie iets zei tegen Gábor, reageerde hij soms niet. Dan ging ik wel aan mezelf twijfelen. Als hij dan vervolgens een opmerking maakte, luisterde ik aandachtig. Want tja, hij blijft toch de
Grote Gábor. Vaak durfde ik dan niet te reageren. Nu ik hem echter beter heb leren kennen, weet ik wanneer ik iets wel en wanneer ik iets niet kan zeggen. We voelen elkaar veel beter aan. Ik zie hem nu echt als een vriend.
Achteraf bekeken kan ik ook wel begrijpen waarom hij soms niet reageerde. Als hij bijvoorbeeld op een training een bal miste, zei ik: “Volgende bal beter”, zoals ik dat ook deed bij de andere keepers in de A1 of bij
Jong. Ik zei dat dan om hem te steunen, maar nu realiseer ik me dat hij dat als geen ander weet. Hij zag me als een snotneus die even tegen de
Grote Gábor ging zeggen wat hij moest doen. Ik dacht er destijds niet bij na, maar snap nu wel dat zoiets zeggen tegen een leeftijdsgenoot, niet hetzelfde is als zoiets zeggen tegen Rein Baart of Gábor Babos.”
Hoofdstuk 8
Met opa en oma op de foto
“Ik weet nog goed dat ik voor de eerste keer om een handtekening werd gevraagd. Ik was net een maand 17, toen ik op de bank mocht zitten bij het eerste tijdens een oefenduel. Het was aan het einde van het seizoen 2005/2006, DVOL-uit. Voor de wedstrijd kwam er iemand naar mij toe, die, naast een handtekening, ook vroeg of hij met mij op de foto mocht. Ik dacht:
Huh? Wat is dit dan? Word ik in de maling genomen?. Een paar dagen later speelden we uit tegen SCH en maakte ik mijn debuut in het eerste. Vervolgens kwamen er een paar van die mannetjes met opa en oma naar mij toe, met dezelfde vraag. Weer was ik echt overdonderd. Vervolgens wilden opa en oma óók met mij op de foto. Toen was het al helemáál en aparte gewaarwording voor mij. Apart, maar wel leuk.

Jasper Cillessen schiet als reserve de doelman in bij zijn 'bankdebuut' tegen DVOL (foto: Familiearchief Cillessen).
Zulke dingen zetten je wel aan het nadenken. Zo was ik dus ook, dacht ik dan. Als klein ventje was ik niet echt van de foto’s. Ik was meer van de handtekeningen. Zo kwam PSV een keer bij De Treffers spelen. Daar heb ik toen een handtekening van Ronaldo weten te bemachtigen. En blij dat ik daarmee was!
Toen was ik nog een grote onbekende die opkeek tegen zo iemand. Nu is dat zomaar andersom, al moet ik zeggen dat ik mezelf nog steeds een grote onbekende vind. Ik ben nog steeds dezelfde Jasper als vóór 28 augustus, toen ik mijn debuut maakte tegen SC Heerenveen. Voor mij is het dan ook heel apart dat mensen mij opeens heel anders gaan zien. Voor sommigen ben ik nu dé Jasper Cillessen. Een paar weken geleden ging ik bijvoorbeeld bij mijn broer kijken, waarop er de dag erna een heel stuk in de krant stond over het feit dat ik bij mijn broer ging kijken.
Dat vond ik toch wel bijzonder. Mij stoorde het persoonlijk niet, maar ik vind het voor hem wel lastig. Hij wordt de laatste tijd toch vaker aangesproken als broer-van. Dat lijkt mij, maar ik kan het mis hebben, niet heel prettig. Mijn broer wil ook gewoon zichzelf laten zien. En om dan in de schaduw te staan van iemand anders…
Verder heb ik gelukkig nog geen nare ervaringen met de keerzijde van mijn relatieve bekendheid. Ik vind het altijd leuk als mensen me aanspreken. Als ze dat op een normale manier doen, en dat doet tot nu toe iedereen, vind ik het helemaal niet erg. Als je dan naar een superster als David Beckham kijkt; die kan niet eens meer normaal over straat. Aan de ene kant hoop ik natuurlijk wel zijn niveau te halen, maar met die kant van de roem wil ik liever geen kennis maken. Vooral voor je omgeving lijkt me dat heel onprettig. Dat je omgeving wordt belaagd omdat je zo beroemd bent…”
2010-12-29 - Wouter - 1394 keer bekeken